Er wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn in de personenbelasting op 1 januari van het aanslagjaar.

De belasting wordt vastgesteld op 8% van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het jaar voor het aanslagjaar.

De vestiging en de inning van de aanvullende belasting gebeuren door het bestuur der Directe Belastingen.