Twee keer per maand vergadert de gemeentelijke mobiliteitscel over mobilitietsvragen. In de mobiliteitscel zitten onze specialisten mobiliteit en riolering & wegenis en een dossierbeheerder samen met een afgevaardigde van de politie en de schepen van verkeer.

Ze bespreken er de verschillende problemen. Soms kan er onmiddellijk een oplossing voor het probleem worden gevonden, maar vaak is er bijkomend onderzoek nodig. Bijkomend onderzoek houdt bijvoorbeeld in: controles door de politie, het leggen van de verkeersteller, een bezoek ter plaatse, contact opnemen met andere gemeentelijke diensten (wijkwerking, preventiedienst, …), een bezoek van de wijkagent, …

Uitzonderlijk worden er ook bewoners uitgenodigd om een bepaald probleem te komen toelichten.

De problemen die vrijwel onmiddellijk kunnen worden opgelost (plaatsen van een paaltje of een verkeersbord), worden zo snel mogelijk doorgegeven aan de juiste dienst voor uitvoering. Andere voorstellen moeten eerst worden voorgelegd aan het schepencollege. Vaak wordt er ook gewerkt met proefopstellingen, die na ongeveer een half jaar worden geëvalueerd. In een vergadering worden telkens gemiddeld 15 à 20 onderwerpen behandeld.